Handige Mac-sneltoetsen en verborgen macOS-trucs: snelle tips voor Belgische gebruikers

Handige Mac-sneltoetsen en verborgen macOS-trucs
Met een paar goede sneltoetsen en trackpad-gebaren werk je op een Mac merkbaar vlotter. Je hoeft geen tientallen combinaties uit het hoofd te leren: enkele dagelijkse handelingen volstaan al om minder naar menu’s te grijpen. Hieronder vind je een praktische selectie van handige Mac-sneltoetsen en verborgen macOS-trucs voor zowel beginners als ervaren gebruikers.
In de combinaties staat Command (⌘) voor de Mac-toets naast de spatiebalk. Verder gebruiken we Option (⌥), Control (⌃), Shift (⇧) en de spatietoets. De precieze werking kan verschillen per app, macOS-versie, toetsenbordindeling en Mac-model.
Dagelijkse sneltoetsen die je meteen tijd besparen
De bekendste combinaties zijn nog altijd de nuttigste. Met ⌘ C kopieer je geselecteerde tekst, een bestand of een ander onderdeel. ⌘ V plakt de inhoud vervolgens op de gekozen plaats. Wil je iets verplaatsen in plaats van kopiëren, dan kun je in Finder een bestand kopiëren met ⌘ C en het daarna met ⌥ ⌘ V op een andere locatie plaatsen. Het oorspronkelijke bestand wordt dan verplaatst.
Een vergissing maak je snel ongedaan met ⌘ Z. Met ⇧ ⌘ Z voer je die actie opnieuw uit wanneer de app dat ondersteunt. ⌘ F opent in veel apps een zoekveld, bijvoorbeeld om een woord in een webpagina, document of lijst terug te vinden. Met ⌘ A selecteer je alles in het actieve venster.
Wil je een app afsluiten, gebruik dan ⌘ Q. Dat is iets anders dan alleen het venster sluiten: daarvoor gebruik je ⌘ W. Een vastgelopen app kun je geforceerd beëindigen met ⌥ ⌘ Esc. Gebruik die laatste combinatie alleen wanneer normaal afsluiten niet meer lukt, want niet-opgeslagen werk kan verloren gaan.
Sneller wisselen tussen apps en vensters
Met ⌘ Tab spring je snel tussen geopende apps. Houd Command ingedrukt en druk meerdere keren op Tab om door de lijst te gaan. Met ⌘ ` wissel je binnen dezelfde app tussen meerdere vensters; op sommige toetsenbordindelingen bevindt die toets zich op een andere plaats of werkt de combinatie anders.
Wil je snel het bureaublad zien, druk dan op F11 wanneer die toets daarvoor is ingesteld. Op veel MacBook-toetsenborden moet je daarvoor Fn F11 gebruiken. Een andere handige optie is ⌘ Mission Control via de ingestelde functietoets of het trackpadgebaar. Mission Control toont geopende vensters en bureaubladen in één overzicht, zodat je minder hoeft te zoeken.
Een venster minimaliseren kan met ⌘ M. Met ⌥ ⌘ H verberg je alle andere apps, zodat alleen de actieve app zichtbaar blijft. Dat is handig wanneer je tijdens het werken snel afleiding wilt verminderen.
Spotlight en Finder: zoeken zonder omwegen
Spotlight open je met ⌘ spatie. Typ een appnaam, document, contact, berekening of zoekterm en gebruik de pijltjestoetsen om een resultaat te kiezen. Druk op Enter om het te openen. Spotlight is daardoor vaak sneller dan handmatig door Finder of Launchpad bladeren.
In Finder opent ⌘ N een nieuw venster. Met ⌘ ⇧ N maak je een nieuwe map. Een geselecteerd bestand hernoem je door op Enter te drukken; op sommige toetsenborden staat die toets als Return aangeduid. Met ⌘ I open je het infovenster van een bestand of map. Daar zie je onder meer de grootte, locatie en toegangsrechten.
Wil je eerst snel zien wat er in een bestand staat zonder het volledig te openen? Selecteer het bestand in Finder en druk op de spatietoets. Quick Look toont een voorvertoning van onder meer afbeeldingen, pdf’s en documenten. Nogmaals op de spatietoets drukken sluit de voorvertoning weer.
Screenshots maken zonder extra software
Een screenshot van het volledige scherm maak je met ⇧ ⌘ 3. Met ⇧ ⌘ 4 verandert de aanwijzer in een kruis: sleep over het gewenste deel van het scherm en laat los om alleen die selectie vast te leggen. Druk je na deze combinatie op de spatietoets, dan kun je in veel macOS-versies een volledig venster selecteren.
Met ⇧ ⌘ 5 open je de schermafbeeldings- en opnamebalk. Daar kun je kiezen tussen het volledige scherm, een venster of een geselecteerd gebied. Je kunt ook aangeven waar de schermafbeelding wordt bewaard. De beschikbare opties en benamingen kunnen licht verschillen per macOS-versie.
Handige trackpad-gebaren
Op een compatibel MacBook-trackpad scroll je met twee vingers. Met twee vingers uit elkaar bewegen zoom je in, terwijl je ze naar elkaar toe beweegt om uit te zoomen. In apps die dit ondersteunen kun je met twee vingers dubbel tikken om slim te zoomen.
Een secundaire klik voer je meestal uit door met twee vingers te klikken of te tikken. Je kunt dit gedrag aanpassen via Systeeminstellingen > Trackpad. Met twee vingers naar links of rechts vegen navigeer je in veel apps naar een vorige of volgende pagina. Met drie of vier vingers omhoog vegen open je vaak Mission Control; een horizontale veegbeweging wisselt tussen bureaubladen of schermvullende apps.
Deze gebaren zijn niet op elke Mac identiek beschikbaar. Ze hangen af van het gebruikte trackpad, de instellingen en de macOS-versie. Ook externe trackpads kunnen andere mogelijkheden hebben. Wie graag met drie vingers bestanden of vensters verplaatst, kan in de toegankelijkheidsinstellingen zoeken naar de optie voor slepen met drie vingers. De plaats en naam van die instelling kunnen per versie verschillen.
Kleine macOS-trucs die minder bekend zijn
Veel menu’s bevatten een eigen zoekfunctie. Kies in een app de optie Help en typ de naam van een commando. macOS toont dan vaak het bijbehorende menu-item, zonder dat je zelf alle menu’s moet doorlopen. Dit is vooral handig wanneer je weet wat je wilt doen, maar de opdracht niet meteen terugvindt.
Houd je Option-toets ingedrukt terwijl je op sommige menubalkiconen klikt. Afhankelijk van het onderdeel krijg je extra informatie of een alternatieve actie. In Finder kun je bijvoorbeeld met ⌥ ⌘ C het pad van een geselecteerd bestand kopiëren, wanneer die opdracht in jouw versie beschikbaar is. Controleer bij minder algemene combinaties altijd het menu van de actieve app, want sneltoetsen zijn niet overal universeel.
Ook tekst selecteren gaat sneller met het toetsenbord. Met Option plus een pijltjestoets verplaats je de cursor per woord, terwijl ⌘ plus een pijltjestoets vaak naar het begin of einde van een regel of document springt. Met Shift erbij selecteer je tijdens die beweging tekst. De precieze werking kan in tekstverwerkers verschillen.
Wie naast Mac-tips ook graag leest over andere Apple-functies, kan als vervolgstap deze iPhone-functies voor beginners bekijken. En voor een heel ander technologisch verhaal is er ook informatie over de Fokker F27 bij de luchtmacht.
Begin met vijf sneltoetsen
Probeer niet alles tegelijk te onthouden. Start bijvoorbeeld met ⌘ C, ⌘ V, ⌘ F, ⌘ Tab en ⌘ spatie. Gebruik die vijf combinaties een week bewust en voeg daarna pas screenshots, Finder-opdrachten of trackpad-gebaren toe. Zo worden handige Mac-sneltoetsen vanzelf een gewoonte en werk je elke dag net iets efficiënter.
